Verzilting van het IJsselmeer
Het IJsselmeer vervult verschillende belangrijke functies. Naast de levering van zoet water voor landbouw en natuur is het ook een bron van drinkwater. Om die drinkwaterfunctie te beschermen, gelden normen voor de hoeveelheid chloride (zout) in het water.
De chlorideconcentratie bij het innamepunt Andijk mag gemiddeld over een jaar niet hoger zijn dan 150 mg/l. Op dagbasis mag deze concentratie oplopen tot 200 mg/l, mits dit niet langer dan dertig dagen duurt én aan de jaargemiddelde norm wordt voldaan. Deze norm is momenteel bepalend voor het beheer van het IJsselmeer.
Het tegengaan van zoutverspreiding is een belangrijk doel van het operationele waterbeheer. Via de schut- en spuisluizen in de Afsluitdijk komt namelijk zout water vanuit de Waddenzee het IJsselmeer binnen.
De schut- en spuisluizen vormen de grootste bron van zout water voor het IJsselmeer. Het zouttransport vindt voornamelijk plaats tijdens het schutten van schepen. Daarnaast dragen enkele vismigratiemaatregelen en lekkage bij de spuisluizen bij aan de aanvoer van zout water. De bijdrage van de scheepvaartsluizen is relatief beperkt.
Door wind en stroming is het IJsselmeer over het algemeen een goed gemengd systeem. Toch zijn er uitzonderingen. In de diepere delen nabij de Afsluitdijk kan zouter water zich ophopen. Daar verplaatst het zout zich vooral via de diepe geulen en erosiekuilen.
Veranderingen in de waterkwaliteit van het IJsselmeer en Markermeer voltrekken zich relatief langzaam. Vooral in droge perioden duurt het vaak weken tot maanden voordat effecten zichtbaar worden. Dat komt doordat de meren een groot volume hebben in verhouding tot de hoeveelheid water die wordt aan- en afgevoerd.
Die trage reactie heeft voor- en nadelen. Een verhoogde zoutaanvoer leidt niet direct tot een sterke stijging van de chlorideconcentratie in het IJsselmeer. Maar als het zoutgehalte eenmaal is toegenomen, zijn de mogelijkheden om dit snel terug te dringen beperkt. Het duurt dan lang voordat het meer weer voldoende is doorgespoeld met zoeter water. Voor het Markermeer geldt dit zelfs nog sterker, omdat het water daar gemiddeld langer verblijft.
Het zout dat via de schut- en spuisluizen het IJsselmeer binnenkomt, wordt onder normale omstandigheden door spuien weer afgevoerd. Ook tijdens perioden van watertekort blijft spuien de meest effectieve manier om te voorkomen dat zout zich verder over het meer verspreidt.
Wanneer zout water zich vanuit de erosiekuilen en vaargeulen verder door het IJsselmeer verspreidt, zijn de mogelijkheden om in te grijpen beperkt. Dat bleek onder meer tijdens de droge zomer van 2018. Daarom richt het beheer zich, naast maatregelen bij de bron, vooral op het voorkomen van verdere verspreiding van zout vanuit deze diepe delen.
Om tijdig te signaleren wanneer erosiekuilen met zout water vollopen, is een meet- en monitoringsnetwerk ingericht in en rond deze gebieden. Ook in de toekomst blijft het voorkomen en bestrijden van verzilting een belangrijk onderdeel van het waterbeheer.