Operationeel waterbeheer IJsselmeergebied
Inventarisatie huidige waterbeheer IJsselmeergebied door Rijkswaterstaat en Waterschappen
De Samenvatting
Als bouwsteen voor het “Operationaliseren van het flexibel peilbeheer IJsselmeer en Markermeer” is de werking van het watersysteem van de omliggende waterschappen inzichtelijk gemaakt. De werking van het watersysteem is inzichtelijk gemaakt voor normale omstandigheden, extreem droge en natte omstandigheden. Daarbij is gefocust op de waterhuishoudkundige relatie met het IJsselmeergebied (IJsselmeer, Markermeer en randmeren) en is gekeken of er kansen zijn om elkaar onderling te helpen bij extreme situaties. De volgende waterschappen zijn (mede) afhankelijk van het water in het IJsselmeergebied. De waterschappen Fryslân,
Reest en Wieden, Groot Salland, Zuiderzeeland, Vallei & Veluwe, Amstel Gooi en Vecht en Hollands Noorderkwartier liggen in direct contact met het IJsselmeergebied. De waterschappen Noorderzijlvest, Hunze en Aa’s, Vechtstromen hebben een indirecte relatie met het IJsselmeergebied.
Het IJsselmeergebied speelt een belangrijke rol in de zoetwatervoorziening van Noord Nederland. Zowel in normale als in extreem droge situaties wordt gebruik gemaakt van het water uit het IJsselmeergebied. Gedurende de afgelopen decennia jaar heeft het deze rol nog goed kunnen vervullen. Behoudens enkele extreme situaties waarbij beregeningsverboden zijn afgekondigd kon in de afgelopen decennia het voorzieningengebied van voldoende water worden voorzien. Gezien de klimaatverandering wordt verwacht dat periodes met droogte vaker zullen gaan optreden.
Het IJsselmeergebied speelt ook een belangrijke rol in het afvoeren en bufferen van water gedurende extreme neerslag en/of bij hoge rivierafvoeren. Gedurende de afgelopen decennia heeft het deze rol goed kunnen vervullen. Door de maatregelen in het kader van het bestuursakkoord water zijn de watersystemen van de waterschappen verbeterd en goed op orde en kunnen ze de afgesproken hoeveelheden water nog goed verwerken.
Als extreme omstandigheden samenvallen (windopzet Noordzee, grote afvoer rivieren, extreme neerslag) kan wateroverlast optreden. In de afgelopen decennia is het echter beperkt voorgekomen dat gemalen van de omliggende waterschappen niet meer kunnen afvoeren naar het IJsselmeergebied. Ook hier gaat de klimaatverandering een rol spelen.
Belangrijkste conclusies:
- De waterbeheerders hebben de hoofdwatersystemen goed op orde voor normale weersituaties;
- Extreme weersituaties in het verleden heeft elke waterbeheerder op basis van eigen kennis en vakmanschap weten te pareren;
- Een kritische analyse of er op een andere wijze gehandeld had kunnen worden in samenwerking met andere waterschappen, vindt niet/beperkt plaats;
- Extreme neerslag is niet gelijkmatig over Nederland verdeeld. Droogte is ook niet gelijkmatig over Nederland verdeeld. De ruimtelijk verdeling is echter homogener dan die van neerslag;
- Om elkaar (nog beter) te kunnen helpen is het nodig om inzicht te hebben in de werking van elkaars systeem. Daarnaast is het nodig om ook inzicht te hebben op het niveau van het IJsselmeergebied van de actuele situatie en de mate waarin het systeem nog onder of al boven de kritische grens zit;
- Delen van de hogere gronden in Drente, Overijssel en Gelderland (de niet peilgereguleerde gebieden) kunnen niet van (voldoende) water worden voorzien. Het gebrek aan water in droge periodes is inherent aan de hoge ligging van de gebieden. Het watervoorzieningsbeleid van deze waterschappen is gericht op het handhaven van de ‘status quo’;
- De peilbesluiten worden steeds meer conform het principe van flexibel peilbeheer gemaakt. Dat betekent dat er meer (juridische) speelruimte ontstaat voor opzetten van het peil of juist voormalen (peilverlaging). Daarmee wordt het beter mogelijk om op weersverwachtingen te anticiperen;
- In het IJsselmeergebied vertegenwoordigt een 30 cm dikke watervoorraadschijf 600 Mm3 water. De gezamenlijke waterschappen kunnen (in theorie) een watervoorraad van ca. 50 – 100 Mm3 in het oppervlaktewatersysteem opbouwen (zie bijlage 6);
- Het inzetten van gebiedsvreemd water of water met een andere samenstelling voor een korte periode kan mogelijk soelaas bieden in tijden van grote droogte. De waterbehoefte over het jaar verandert, verschuiving door wijzigende teelt of oogstmethodes maar ook door toetreding grote nieuwe gebruikers;
- Met het toepassen van de verdringsreeks is nog geen ervaring opgedaan.
- Auteur(s):
- Ron Buitelaar, Jan Kollen en Christiaan Leerlooijer
- Organisatie(s):
- Sweco Nederland
- Publicatiedatum:
- 17 november 2015


