De relatie tussen binnendijks en buitendijks is een nog onbelicht thema in relatie tot de gebiedsagenda, maar komt steeds vaker ter sprake. Op 15 juni werd gesproken over waarom het verbinden van binnendijks en buitendijks belangrijk is, waarom en hoe we hiermee aan de slag kunnen gaan. Na drie keer online platformbijeenkomsten vond de platformdag op 15 juni weer fysiek plaats. Waarbij het ochtendprogramma ook online was te volgen. In totaal waren er zo’n 50 online en offline deelnemers.
Tijdens het eerste deel van het ochtendprogramma waren er inspirerende lezingen over het concept en de geschiedenis van de dijkverbindingen in het IJsselmeergebied.
Dijkverbindingen in het IJsselmeergebied
Ruurd Noordhuis (Deltares) trapte af en nam de deelnemers mee in de geschiedenis van het IJsselmeergebied. Hij ging daarbij specifiek in op verbindingen en relaties met omliggende wateren en het achterland. Vroeger werd er bewust land voor de dijken ingericht, ten behoeve van waterveiligheid én omdat dit vruchtbare grond was. De mensen in deze gebieden woonden op terpen. Belangrijke gebeurtenis voor het IJsselmeergebied was de voltooiing van de Afsluitdijk in 1932. Het kunstmatige peil dat sinds dat moment wordt gehanteerd heeft een negatieve impact gehad op de ecologie van het gebied.
Oder Lagoon
Rosalie Heins (Rijkswaterstaat – Midden Nederland) deelde inspiratie uit het buitenland over hoe om te gaan met natuurlijke systemen. Een Nederlandse Delegatie heeft in het kader van large shallow lakes de monding van de Oder Lagoon bezocht met als doel om kennis uit te wisselen en inspiratie op te doen. Ze blikt terug op een inspirerende reis. Rosalie vond het opvallend dat Nederlanders het gewend zijn om in te grijpen in natuurlijke systemen, terwijl bij de Oder er zo weinig mogelijk wordt ingegrepen. Daarnaast zijn functies in het gebied aangepast op het waterpeil. De Oder kent soorten die het moeilijk hebben in het IJsselmeergebied, zoals de Grote Karekiet. Eyeopener is dat ook de kleine stukjes natuur enorm bijdragen aan leefgebieden van soorten.
Casus Wieringerhoek
Lennart Turlings (Witteveen+bos) vertelde deelnemers aan de hand van de casus Wieringerhoek wat er nodig is om een goede overgang tussen water en land te creëren. De Wieringerhoek heeft als doel om het deltakarakter van het IJsselmeer weer te versterken. Belangrijk elementen voor natuurlijke land-waterovergangen zijn het toevoegen van een geleidelijke overgang van zoet naar zout en ecotopen, zoals: overstromingsgrasland, rietmoeras en ondergedoken waterplanten. In de overgang zijn ook mogelijkheden voor achteroevers en het hanteren van dynamisch waterpeil.

Tijdens het tweede deel van de ochtend waren interactieve presentaties met sprekende voorbeelden van binnendijks-buitendijks verbindingen in het IJsselmeergebied.
Voorbeelden
Roel Doef (RWS-WVL) nam de deelnemers mee de dijk over en vertelde over de Achteroever Koopmanspolder in Andijk. De Koopmanpolder is een pilot van ongeveer 16 ha waar sinds 2014 wordt geëxperimenteerd met verschillende waterpeilen. Monitoring wordt gedaan met zowel vrijwilligers als professionals. De resultaten hiervan zijn tot nu toe veelbelovend. Er zijn verschillende soorten vissen aangetroffen in de polder en er is een enorme toename van plantensoorten. Roel geeft aan dat samenwerking tussen verschillende partijen cruciaal is voor het realiseren van een dergelijke pilot.

Multifunctionele achteroevers
Flos Fleischer (Coalitie Blauwe Hart) ging in op de toekomst van het IJsselmeergebied en de mogelijkheden voor multifunctionele achteroevers. Ze gaf aan dat het gebied niet klaar is voor veranderingen die de toekomst met zich meebrengt. Denk hierbij aan: Klimaatverandering, afnemende waterkwaliteit, toenemende vraag naar zoetwater, toenemend gebruik. Er is ruimte nodig voor deze opgaven, belangrijk is daarom om breder te kijken dan het IJsselmeer zelf. Gezocht wordt naar een achteroevergebied voor een pilot die is ingestoken vanuit water en vernatting met koppelkansen voor andere functies. Denk daarbij aan vernatten van de rand achter de dijk gekoppeld met natuur- en recreatiefuncties.
Dialoog
Jeroen Veraart (Wageningen Environmental Research) en Harm van der Geest (universiteit van Amsterdam) voerden een inspirerende dialoog over de toekomstige inrichting van Nederland. Beide zien veel transities en crisissen op het land afkomen, zoals de klimaatcrisis en biodiversiteitscrisis. Het Nederlandse landschap is van oudsher hoogproductief, deze productiviteit zit juist ook in de oeverzones. Achter de dijk zien ze daarom veel mogelijkheden voor het verhogen van de biodiversiteit, bijvoorbeeld door agroforestry. Benadrukt werd dat economische- en natuurlijke ontwikkelingen te vaak onterecht als tegenstrijdig worden ervaren. Slimme keuzes met biodiversiteit als leidraad leiden ook tot positieve economische ontwikkelingen.

Na de (netwerk)lunch was het tijd voor de deelnemers om met de inspiratie uit de ochtend aan de slag te gaan met verschillende vraagstukken. In groepjes werd er gewerkt aan verschillende vragen.

Workshops
Wat zijn interessante gebieden voor een binnendijks-buitendijkse verbinding?
Belangrijk is om niet alleen te kijken naar gebieden waar je opgaven wilt laten landen, maar ook juist te onderzoeken welke gebieden absoluut niet geschikt zijn. Gegeven is dat er veel ruimte nodig is voor verschillende opgaven (ecologie, energie etc.). Achteroevers zijn daarvoor interessant, ook voor het koppelen van opgaven. Maatwerk is belangrijk, dus geschikte gebieden verschillen per opgave.
Welke organisaties zijn nodig om nieuwe concepten verder te brengen?
Organisaties die in ieder geval nodig zijn in een kernteam: Provincies, Ministerie van LNV, Ministerie van IenW, Waterschap, Gemeentes, Kennisinstituten, Ngo’s. Hieromheen zit een schil met overige stakeholders. Voorwaarden voor een goede samenwerking zijn: transparantie, verantwoordelijkheid, gezamenlijke doelen en draagvlak. Afspraken hierover moeten vroegtijdig worden vastgelegd.

Welke financieringsbronnen kun je aanspreken om concepten verder te helpen?
Er is voornamelijk behoefte aan praktisch geschoold personeel. Daar is extra capaciteit voor nodig. Dit traject kan mogelijk worden gefinancierd door de sector. Daarnaast kun je ook een stukje natuurontwikkeling bij het bedrijfsleven laten landen, als ze bijvoorbeeld ruimte krijgen om daarnaast delfstoffen te winnen.
Welke kennisvragen moeten we verder onderzoeken?
Interessant om te onderzoeken is hoe hard de dijk is in de toekomst: Hoe kunnen we daar met een nieuwe blik naar kijken en ruimte bieden voor nieuwe en innovatieve concepten? En, hoe kunnen deze transities worden bevorderd? Is er daarnaast nog wel ruimte voor het poldermodel en de compromissen? Hoe kan een poldermodel 2.0. eruitzien? Geconstateerd werd dat (kennis)uitwisseling tussen uitvoering en leren belangrijk is. Samenwerking tussen organisaties en onderwijs is daarin cruciaal.
Vervolgacties
Uit de platformdag zijn mooie vervolgacties naar voren gekomen. Onder andere:
- Het financieringsmodel voor onderwijs bijsturen naar specialistische opleidingen;
- Partijen verenigen rond ontwikkeling van een achter oever concept;
- Inzet op communicatie rondom belang biodiversiteit en de rol die een natte/droge zone daarin kan spelen;
- Inzetten op zachtere, natuurvriendelijke dijken;
- Binnen het onderwijs meer aandacht voor natuureducatie;
- Samenbrengen van een Europees netwerk voor kennisuitwisseling.
We kijken terug op een geslaagde platformbijenkomst met inspirerende verhalen en levendige discussies. Bekijk hier de presentaties die gedurende de dag te zien waren.

